Medemblik

oorlogsmonument16Het oorlogsmonument werd onthuld door de burgemeester van Medemblik, Frank Streng, op 27 januari 2017. Dit monument staat voor een gedeelte van het voormalig Provinciaal Ziekenhuis voor mannelijke psychiatrische patiënten.

In het oorspronkelijke marinegebouw vestigde zich in 1884 een rijkskrankzinnigengesticht, dat vanaf 1923 het Provinciaal Ziekenhuis werd. Van 1942
t/m 1945 werden hier ca. 500 psychiatrische patiënten verpleegd, waaronder ook joodse patiënten. Er waren ruim 150 personeelsleden.

JODENVERVOLGING EN VERZET

Nadat Nederland was bezet door de Duitsers, ging een kleine groep in het ziekenhuis actief in het georganiseerd verzet. Hierbij zaten verpleger Wieger Boonstra, boekhouder Pieter Franciscus Brittijn en klerk Roelof Tiede Oost. Onder het personeel waren echter ook leden van de NSB, die fanatiek op zoek waren naar verzetsmensen en joodse onderduikers in en buiten het ziekenhuis.
Nederlandse Joden werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gediscrimineerd en de haat (antisemitisme) werd steeds heftiger opgevoerd door de Duitsers en de NSB. Joden werden beroofd van werk, rechten, huis en uiteindelijk van hun leven. Ook joodse patiënten in psychiatrische ziekenhuizen waren niet veilig meer.

VERRAAD EN RAZZIA’S
Door verraad van NSB personeelsleden van het ziekenhuis, werden er door de Duitse bezetters twee razzia’s gehouden, op 2 maart 1944 en op 21 april 1944. Zestien joodse psychiatrische patiënten werden opgepakt en gedeporteerd naar kamp Westerbork. Vijftien van hen zijn vermoord in vernietigingskamp Auschwitz. Onder die patiënten zaten ook joodse onderduikers, die zich als psychiatrisch
patiënt hadden laten inschrijven om zo de oorlog te kunnen overleven. Er bleven ook joodse psychiatrische patiënten en joodse onderduikers achter in het ziekenhuis. Zij ontsnapten aan de dood. Eén joodse onderduiker wist de Holocaust te overleven en
keerde terug naar Amsterdam. In januari 1945 vonden er in het ziekenhuis, bekend als ‘broeinest’ van verzet, twee razzia’s plaats van ca. 100 Duitse soldaten.
Pieter Franciscus Brittijn werd op 20 januari door verraad thuis gearresteerd, maar na vijf dagen vrijgelaten. Op 14 februari werd hij in het ziekenhuis weer opgepakt. Wieger Boonstra en Roelof Tiede Oost waren op de zelfde dag thuis gevangengenomen. Als represaille voor de dood, bij een vuurgevecht met verzetsstrijders, van de beruchte ‘Sicherheitsdienst’ medewerker Ernst Wehner, werden zij, met 27 andere gevangenen in Amsterdam door de Duitsers op straat gefusilleerd op 12 maart 1945.

STAAL EN HOUT
Dit oorlogsmonument vertelt twee verhalen. Het ene verhaal gaat over het verzet van Wieger Boonstra, Pieter Franciscus Brittijn en Roelof Tiede Oost in het ziekenhuis, uitgevoerd in roestvast staal, waarin drie vredesduiven zijn uitgesneden. Een vormgeving op basis tekeningen over ‘leven in vrijheid’, die zijn gemaakt door leerlingen van basisscholen in de gemeente Medemblik. Het andere verhaal gaat over verraden, gedeporteerde, vermoorde joodse psychiatrische patiënten en joodse onderduikers. Een verbeelding door middel
van een houten koffertje met gebroken Jodenster. Het is ontworpen door leerlingen in het voortgezet onderwijs van SG De Dijk in Medemblik.

170088 bord Oorlogsmonument 2